In deze blog gaan we in op het gebruik van data van de benutting op kamerniveau in de context van de Smart campus. Bij PLEQ denken we dat benuttingsdata op kamerniveau de belangrijkste driver is voor de Smart campus.

Wat is een Smart Campus?
Voordat we naar gegevens over benutting op kamerniveau kijken, moeten we eerst bespreken wat precies een Smart campus inhoudt. Anders gezegd, wat maakt sommige campussen slim en andere niet?
Als we uitzoomen en heel breed kijken naar het gebruik van de term "smart" om objecten te beschrijven, wordt het gebruikt in situaties waarin het object een verbeterde interactie heeft met (1) zijn gebruiker en/of (2) andere objecten of omgevingen. Denk aan smartphones, smartwatches, slimme televisies: vergeleken met hun voorgangers bieden ze je meer manieren om met je apparaat te interacteren en hebben ze meer mogelijkheden om met andere objecten te communiceren. Dit wordt bereikt door meer rekenkracht, sensoren en netwerkmogelijkheden op deze apparaten.
Dit principe is van objecten tot omgevingen doorgelopen: er zijn smart buildings, smart cities, smart stadiums, smart stations en natuurlijk smart campussen. Op vergelijkbare wijze biedt de toevoeging van rekenkracht, sensoren en netwerkmogelijkheden gebruikers een verbeterde interactie. Het verschil is dat voor omgevingen de toevoeging van deze technologie gekoppeld is aan een sterker doel. Neem bijvoorbeeld de brede definitie van de Smart campus die wordt gegeven in SURF's Vision on Smart campus:
"De Smart Campus is gericht op het gebruik van data en digitale technologie die specifiek wordt toegepast om campusgebruikers te faciliteren, het ruimtegebruik te verbeteren en de dienstverlening te optimaliseren, in samenwerking met onderwijs en onderzoek."
Deze definitie koppelt het gebruik van technologie duidelijk aan specifieke doeleinden, die ook als problemen kunnen worden geformuleerd:
Studenten en medewerkers hebben moeite om beschikbare plekken op de campus te vinden;
Ruimtes op de campus worden onderbenut, wat leidt tot aanzienlijke verspilling van middelen;
Diensten worden niet optimaal geleverd vanwege dynamisch gebruik
De noodzaak van een Smart campus
De behoefte aan de Smart campus is direct verbonden met de noodzaak van efficiënt gebruik van middelen. Dit is niet alleen financieel gezien: instellingen voor hoger onderwijs hebben te maken met afnemende en meer voorwaardelijke financiering per student, maar willen daarnaast ook duurzamer zijn in hun bedrijfsvoering. Het zo effectief en efficiënt mogelijk gebruiken van hun gebouwen en ruimtes is logisch vanuit beide perspectieven. Bovendien is er een toenemende diversiteit in de studentenpopulatie en meer onzekerheid over de ontwikkeling van studentenpopulaties, en na de COVID-19-pandemie is er meer variatie in werken op en buiten de campus. Om hun gebruikers te ondersteunen, willen ze een campus die flexibel en adaptief is.
Een trend in het Hogere Onderwijs over de langere termijn is dat ruimtes steeds meer gedeeld worden op de campus. In plaats van ruimtes toe te wijzen aan afdelingen, teams en gebruikers, worden ruimtes gedeeld door hen en bewegen gebruikers vrij tussen deze afdelingen. Alexandra den Heijer beschrijft dit in haar modellen voor de toekomstige campus (Den Heijer 2025) als een verschuiving van het traditionele campusmodel ("vast") naar het netwerkcampusmodel ("vloeibaar") en het virtuele campusmodel ("gas").

Drie modellen voor de Campus van de toekomst (Den Heijer 2025)
Deze verschuiving van het traditionele campusmodel naar een netwerk-/virtueel campusmodel is de basis van de behoefte aan een Smart campus. In het traditionele model is het gebruik van ruimten inefficiënt, omdat daartegenover staat dat gebruikers eigen werkplek hebben en veel vergaderzalen en onderwijszalen nabij hebben. Gebruikers hebben meer kennis over de voorzieningen en een minder grote behoefte aan informatie over de beschikbaarheid. In een netwerkmodel is er potentieel voor veel hoger ruimtegebruik, maar gebruikers hebben hulp nodig om de beschikbare ruimtes te vinden, en de dienstverlening moet worden geoptimaliseerd naar waar gebruikers zich bevinden. Het virtuele model voegt een extra onvoorspelbaarheid toe: voor studenten en medewerkers rijst de vraag of er een plek is voor hen als ze naar de campus willen komen. En voor dienstverlening is er de vraag: hoeveel studenten en medewerkers kunnen we op onze campus verwachten?
Benuttingsgegevens op kamerniveau om de Smart campus aan te sturen
De verschuiving van het traditionele campusmodel naar het netwerk- en virtuele campusmodel is waarom wij denken dat gegevens over benutting op kamerniveau de belangrijkste data zijn die aan campussen moeten worden toegevoegd. Door deze gegevens toe te voegen aan een databank van ruimtes op de campus, kunnen studenten en medewerkers de beschikbare ruimtes vinden die ze nodig hebben. Campusmanagers kunnen het ruimtegebruik van onderwijsruimten, studieplekken, werkplekken en vergaderruimten monitoren om campus planning te informeren en het ruimtegebruik op de campus te optimaliseren. Gebouwbeheerders kunnen benuttingsgegevens koppelen aan gebouwbeheersystemen om het energieverbruik af te stemmen op het gebruik van het gebouw. Facility managers kunnen benuttingsgegevens koppelen aan schoonmaak-, catering- en beveiligingsrapportages en -planning, en deze beter afstemmen op het daadwerkelijke gebruik van ruimtes.
Benuttingsdata op kamerniveau kunnen dus een sleutelrol spelen bij de overgang van een traditionele campus naar een netwerkcampus, waardoor gebruikers meer flexibiliteit krijgen en de instelling een hogere resource-efficiëntie kan bereiken. Bij PLEQ helpen we jou met het verzamelen en gebruiken van benuttingsgegevens op kamerniveau via ons Occupancy Data Platform. Wil je beginnen op je Smart-campus? Neem nu contact met ons op via info@pleqcampus.nl!
Referenties
Valks, B. (2021). Smart Campus Tools: Technologies to support campus users and campus managers. A+BE | Architecture and the Built Environment, 11(18), 1–456. https://doi.org/10.7480/abe.2021.18.6146
Den Heijer, A. (2025). Campus of the future: Managing a matter of solid, liquid and gas. TU Delft OPEN Books. https://doi.org/10.59490/mg.138

